Nieuws
- bromfietsrijbewijs ( categorie AM)
- bromfiets praktijkexamen per 01-031-2010
- Machtig met DigiD
- Vernieuwd theorie-examen
- Het rij-examen vanaf 01-03-2009
Bromfietsrijbewijs (categorie AM)
Rijbewijs AM
Vanaf je zestiende mag je met een bromfiets, snorfiets of brommobiel rijden. Een rijbewijs AM is dan wel verplicht. Zo'n rijbewijs heb je voor het leven. Maar je moet er wel eerst het (theorie) examen voor doen.
Met ingang van 1 maart 2010 moet je bovendien het praktijkexamen bromfiets (of het aparte praktijkexamen voor brommobiel) behalen.
Zware overtredingen op de bromfiets tellen ook mee voor het beginnersrijbewijs.
Brommobiel
Een brommobiel mag bestuurd worden met:
- een rijbewijs AM
- een rijbewijs A of B (motor of personenauto)
Informatie hierover geeft de afdeling Burgerzaken van de gemeente.
Vrijstelling
Als je al een geldig Nederlands auto- of motorrijbewijs hebt, hoef je geen apart rijbewijs AM te hebben. Je moet dat auto- of motorrijbewijs wel bij je hebben als je met een bromfiets, snorfiets of brommobiel rijdt.
Voor meer informatie www.cbr.nl/bromfiets.pp
Bromfiets praktijkexamen per 01-03-2010
Vanaf 01-03-2010 wordt het bromfiets praktijkexamen een feit. Hieronder kun je lezen hoe dit examen in zijn werk gaat.
In het examencentrum maak je eerst kennis met de examinator. Deze legt uit hoe het examen verloopt. Het praktijkexamen duurt 45 minuten.
Tijdens het examen wordt een route gereden van ten minste 25 minuten, waarbij je wordt beoordeeld op verkeersdeelneming op de openbare weg. De examinator beoordeelt tijdens de rit ook of je de bromfiets beheerst.
Je krijgt tijdens het examen alle gelegenheid te laten zien wat je kunt. Helemaal foutloos hoeft niet, het gaat om het totaalbeeld. Belangrijk is hoe je reageert op het overige verkeer en of je de situatie meester bent. Kortom, de examinator bekijkt of je voldoende in huis hebt om veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te nemen.
De examinator volgt je op een eigen bromfiets. Je opleider mag meerijden op een eigen bromfiets.
Bromfiets tijdens het examen
Je moet het examen afleggen op een bromfiets. De bromfiets moet voorzien zijn van twee spiegels en een L-bord. Je mag niet op een snorfiets op examen. Daarna kun je met het bromfietsrijbewijs wel snorfiets rijden.
Geslaagd?
Als je bent geslaagd kun je bij het gemeentehuis in je woonplaats, tegen overlegging van een pasfoto, legitimatie en het vereiste bedrag, je rijbewijs aanvragen. Om bij de gemeente voor het rijbewijs in aanmerking te komen, moet je op het moment van aanvraag in Nederland wonen en in het jaar daarvóór minstens 185 dagen in Nederland hebben gewoond.
Gezakt?
Wanneer je bent gezakt, licht de examinator toe welke onderdelen onvoldoende waren. Het uitslagformulier met deze punten kan je instructeur achteraf voor je uitdraaien. Het is verstandig deze punten te bespreken met je instructeur in verband met vervolglessen.
Vier keer gezakt?
Wanneer je voor de vierde keer binnen vijf jaar bent gezakt kom je in aanmerking voor een nader onderzoek.
Machtig met DigiD jouw rijschool om een examen te reserveren
Voordat de rijschool het rijexamen voor jou gaat aanvragen moet jij daar eerst toestemming voor geven. Dat doe je met een machtiging. Dat is nu nog niet verplicht, maar biedt jou en je rijschool wel veel voordelen:
- je ontvangt meteen een e-mail ter bevestiging van de machtiging;
- je ontvangt meteen een e-mail als de rijschool het examen voor je heeft gereserveerd;
- je ontvangt meteen een e-mail als de rijschool het examen eventueel voor je heeft verschoven of afgezegd;
- jouw adresgegevens zijn automatisch beschikbaar voor jouw rijschool in het reserveringssysteem van het CBR.
Geldigheidsduur
De machtiging geldt tot je bent geslaagd. Wil je de machtiging eerder intrekken? Kijk dan op mijn.cbr.nl voor de voorwaarden.
Flyer
In de flyer staat precies wat je moet doen om je rijschool te machtigen. Als je na 6 juli 2009 slaagt voor het theorie-examen voor de personenauto, krijg je de flyer van het CBR. Je kunt ‘m ook aan je rijschool vragen.
Vernieuwd theorie-examen per 1 maart 2009
Het theorie-examen voor de personenauto bestaat per 1 maart 2009 uit drie onderdelen:
- Een onderdeel over gevaarherkenning (25 vragen);
- Een onderdeel over verkeersregels (30 vragen);
- Een onderdeel over verkeersinzicht / risico’s (10 vragen).
Bij de vragen over verkeersinzicht gaat het niet zozeer over wat in de wet geregeld is, maar vooral wat in een bepaalde situatie verstandig is om te doen.
Gevaarherkenning
Het onderdeel gevaarherkenning is nieuw. En telt tot 1 maart 2009 niet mee voor de uitslag van je theorie-examen. Zo heeft iedereen de kans om aan dit nieuwe onderdeel te wennen.
De gevaarherkenningsvragen beantwoord je door aan te geven wat je in deze situatie zou doen:
- remmen (dat wil zeggen flink snelheid verminderen of zelfs stoppen);
- gas loslaten (dat wil zeggen extra attent zijn en voorbereid zijn op een andere gedragskeuze);
- of niets (dat wil zeggen gewoon door blijven rijden met dezelfde snelheid).
Per 1 maart 2009
Wat verandert er niet?
Het vernieuwde theorie-examen voor de personenauto blijft ongeveer een uur duren. De vernieuwing leidt niet tot prijsstijging. Je betaalt in 2009 €32,45.
Wanneer geslaagd?
Je moet tot 1 maart 2009 vierenveertig vragen goed beantwoorden. Het theorie-examen bestaat uit ja/nee vragen, meerkeuze vragen, open vragen en gedragskeuzevragen (bij gevaarherkenning).
De vragen worden gesteld bij beelden van verkeerssituaties op grote tv-monitoren. Je kunt ze daarop ook meelezen. Je beantwoordt de vragen met drukknoppen in de tafel.
Vanaf 1 maart 2009 slaag je voor het vernieuwde theorie-examen als:
- je 12 vragen goed hebt (van de 25) van het onderdeel gevaarherkenning;
- je 35 vragen goed hebt (van de 40) van de onderdelen verkeersregels en verkeersinzicht.
Het examen duurt ongeveer drie kwartier, inclusief de toelichting vóór de examenvragen. Daarna stelt de computer in ongeveer een kwartier de uitslag vast. Als je slaagt, krijg je het theoriecertificaat direct mee. Als je zakt, krijg je een uitslagformulier met daarop per examenonderwerp het aantal vragen dat je foutief, te laat of niet hebt beantwoord. Daarnaast staat een lijst afgedrukt met alle examenonderwerpen (bijvoorbeeld 'verkeersborden', 'inhalen' of 'voorrangsregels'). Je rijschool kan je uitgebreid over die onderwerpen informeren.
Het rijexamen vanaf 01-03-2009
Het vernieuwde praktijkexamen.
Proefexamens onder honderden kandidaten, instructeurs, examinatoren en ervaren bestuurders hebben in de aanloopfase uitgewezen, dat het vernieuwde rijexamen goed onderscheid maakt tussen kandidaten die zelfstandig, veilig en verantwoord rijden en nieuwe automobilisten die dat niet beheersen. Ervaren rijbewijsbezitters constateerden, dat de nieuwe elementen in het examen de onderdelen zijn die zij door rijervaring hebben moeten leren. Bovendien was het enthousiasme over de nieuwe opzet groot. Zo prezen veel kandidaten het eigen initiatief dat de nieuwe opzet biedt. Mede daardoor leerden zij sneller en bleef het aantal rijlessen hetzelfde als bij de oude praktijkopleiding.
Nieuw onderdeel: Zelfstandig route rijden
Een kandidaat rijdt een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator. Het ‘zelfstandig route rijden’ kan op drie manieren worden uitgevoerd:
- wisselende oriëntatiepunten;
- meerdere routeopdrachten tegelijk (clusteropdracht);
- met behulp van een navigatiesysteem
De examinator bepaalt vooraf hoe de kandidaat het onderdeel ‘zelfstandig rijden’ moet uitvoeren. Dit meldt hij de kandidaat aan het begin van de examenrit. Als er geen navigatiesysteem in de lesauto aanwezig is, of als de kandidaat er niet mee heeft leren werken, dan beperkt de keus zich tot de eerste twee varianten. Het zelfstandig rijden zal minimaal tien tot maximaal vijftien minuten van het examen in beslag nemen. De totale examentijd blijft hetzelfde. Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich, wel de wijze waarop de kandidaat zijn verkeerstaak uitvoert.
Oriëntatiepunten
De punten waar een examenkandidaat heen moet rijden kunnen variëren.
Zulke variabele oriëntatiepunten kunnen locaties zijn die de leerling kent, zoals een gemeentehuis of een club. Als de kandidaat onbekend is in het examengebied, kan de examinator hem of haar vragen om naar een zichtbaar ijkpunt in die plaats te rijden, zoals een kerktoren of een flatgebouw.
Op deze manier ontstaat een betrouwbaar beeld van de zelfstandigheid en het verkeersinzicht.
Clusteropdracht
De clusteropdracht betreft een gedeelte van de route. Deze opdracht is altijd beperkt in lengte en zal één of meerdere keren herhaald worden om te checken of de kandidaat het begrepen heeft. Het is een nabootsing van de situatie waarin de bestuurder de weg vraagt aan een voorbijganger en vervolgens krijgt uitgelegd hoe hij naar de gevraagde locatie moet komen. De reeks van routeopdrachten zal bestaan uit minimaal drie en maximaal vijf opdrachten.
Navigatiesysteem
Het rijden met een navigatiesysteem wordt alleen gevraagd als bekend is dat de rijschool hierover beschikt en de kandidaat hiermee heeft leren werken. Het kan in principe op ieder moment in het examen worden toegepast. Het blijkt ook voor anderstalige kandidaten een oplossing te zijn, omdat navigatie meestal in verschillende talen is in te stellen. Navigatieapparatuur in de examenauto is geen verplichting.
Nieuw onderdeel: Bijzondere manoeuvres
Er is met opzet voor de term bijzondere manoeuvres gekozen om het verschil aan te geven met de vroegere bijzondere verrichtingen. Het vernieuwde rijexamen kent drie bijzondere manoeuvres: een omkeeropdracht, een parkeeropdracht en een stopopdracht.
Omkeeropdracht
Bij de omkeeropdracht krijgt de kandidaat al rijdende te horen dat hij de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. De kandidaat kiest zelf de plaats en de wijze waarop hij keert. Hij kan dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit. De kandidaat moet laten zien dat hij op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.
Parkeeropdracht
De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijgt de kandidaat de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaalt de kandidaat zelf hoe hij de parkeeropdracht uitvoert.
Stopopdracht
Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet de kandidaat zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat de kandidaat een juiste inschatting heeft van de lengte van de neus van de auto.
Van deze drie kiest de examinator er twee. Daarnaast kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren.
Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop de kandidaat de opdracht uitvoert.
Nieuw onderdeel: Gevaarherkenning door situatiebevraging
Bij dit nieuwe onderdeel wordt de kandidaat na uitvoering van een verkeerssituatie gevraagd waarom hij dat op die manier heeft gedaan. Wat of hoe heeft de kandidaat de situatie opgelost en welke afwegingen heeft hij hierbij gemaakt? Het onderdeel wordt al vóór de verkeerssituatie aangekondigd. Zo wordt duidelijk dat het niets te maken heeft met het wel of niet goed uitvoeren van de verkeerstaak.
Nieuw onderdeel: Zelfreflectie
Voor het examen vult de kandidaat een vragenlijst in, bijvoorbeeld thuis of tijdens de rijlessen. Die lijst geeft hij aan het begin van het examen aan de examinator. Deze bekijkt de antwoorden pas ná de examenuitslag en bespreekt samen met de kandidaat de antwoorden. Van belang hierbij is dat de kandidaat een realistisch beeld heeft van zijn eigen capaciteiten en beperkingen als automobilist. Zelfreflectie heeft als doel om het gedrag van de aspirant rijbewijsbezitter op een positieve manier te beïnvloeden. Het is echter geen vaardigheid en wordt daarom niet in de beoordeling meegenomen.
Nieuw onderdeel: Milieubewust rijgedrag
Voor een beter milieu en voor de eigen portemonnee is het belangrijk dat automobilisten milieubewust autorijden, dus volgens de principes van Het Nieuwe Rijden. Milieubewust rijgedrag wordt in het vernieuwde rijexamen als een afzonderlijk item beoordeeld. Hierbij wordt vooral gekeken naar het anticiperend rijgedrag, zoals het rijden met een constante snelheid en het maximaal gebruikmaken van het rollend vermogen van de auto. Dit draagt niet alleen bij aan vermindering van het brandstofgebruik, het heeft ook een positieve invloed op veilig rijgedrag.
Aan dit onderwerp wordt ook in het vernieuwde theorie-examen extra aandacht besteed.
Nieuw element Zelfreflectie niet beoordeeld
Het is voor het eerst dat het praktijkexamen een element bevat dat niet meeweegt in de eindbeoordeling. Dat komt omdat het weliswaar voor de verkeersveiligheid en het bewustwordingsproces van de kandidaat een heel belangrijk element is, dat tegelijkertijd moeilijk objectief in een examen te meten is.



